Transistor
Elektronisch component waarmee een signaal kan worden versterkt.
Track (spoor)
Een spoor in een omgeving met meerdere sporen zoals in het bekende sequencerprogramma Cubase. Gewoonlijk een "deel' van het totale arrangement. Op het ene spoor wordt b.v de trompet opgenomen en afgespeeld terwijl op een ander spoor de viool loopt.
Track merge
De inhoud van twee sporen samenvoegen en opslaan in een derde spoor.
Transductie
Het proces waarbij elektronische signalen worden omgezet in akoestische signalen, zoals in een luidspreker, maar ook het omgekeerde proces, zoals in een microfoon.
Transpose
Het transponeren van een compositie naar een andere toonhoogte. Een functie op sequencers en synthesizers.
Tremelo
Snelle herhaling van één noot of snelle afwisseling van twee noten. Een regelmatige verandering van volume, meestal tussen de 7 en 14 Hz en met behulp van een
Lfo.
Treshold
Dit is de zogenaamde "drempelwaarde" waar b.v. een compressor gaat werken als het signaalniveau onder of boven de ingestelde treshold komt.
Trigger
Start een bepaalde gebeurtenis (op b.v een synthesizer) d.m.v. een elektrisch signaal. (het triggeren)
Tube
ook wel valve of buis. Voorganger van de transistor die zorgt voor een warme klank in het geluid. veel softwarefabrikanten hebben software ontwikkeld die het geluidskarakter van deze buizen (dicht) benaderen.
Tulp plug
De kleine plug die meestal wordt gebruikt om hifi apparatuur mee aan te sluiten.
Tuning
De gebruikelijke tuningwaarde is 440Hz, maar deze kan op de meeste synthesizers of geluidsmodules makkelijk worden gewijzigd door omhoog of omlaag te tunen, dit wordt dan uitgedrukt in plus of minus cents.
Twee en vier-polig
Een pool is een maat van een filters verloop- of hoe stijl hij afloopt aan een bepaalde kant van de filterfrequentie. Elke 6dB afloop wordt een pole genoemd, dus twee-polig en vier-polig lopen af op respectievelijk 12dB en op 24dB per octaaf.