|
|
|
Monitors
Het belang van een goed monitorsysteem mag en kan niet onderschat worden. Toch gebeurt het maar al te vaak dat een (geluids)technicus zonder problemen een opname, die gemaakt is met apparatuur ter waarde van tienduizenden euro's, over een stel huiskamerspeakers van een paar honderd euro mixt. Hoe goed de opname-apparatuur ook is, de enige manier waarop je je werk kunt beoordelen is via de monitor-luidsprekers. Daarom moet je bij de keuze en het opstellen van een monitorsysteem zorgvuldig te werk gaan. Bovendien bepaalt het type (luister)controleruimte dat je gebruikt en de afmetingen ervan, in grote mate het type monitorsysteem dat je moet aanschaffen.
Het is mogelijk via een koptelefoon te mixen, maar erg goed werkt dit niet. Het stereobeeld klinkt over een koptelefoon anders; vaak lijkt het alsof geluidspodium zich midden in het hoofd van de luisteraar bevindt. Nog belangrijker is, dat de basweergave van koptelefoons nogal varieert, niet alleen tussen verschillende modellen maar ook afhankelijk van hoe ze op het hoofd van de gebruiker passen. Koptelefoons zijn wel geschikt om bepaalde onvolkomendheden als vervorming, ruis en tikken in de opname op te speuren. Via luidsprekers hoor je deze gebreken meestal niet.
|
|
De meeste monitors hebben de gedaante van een houten kast, waarin twee of meer luidsprekers zitten. Je sluit ze aan op een eindversterker en je bent klaar. Maar als het doel van een luidspreker is het oorspronkelijke geluid zo goed mogelijk te benaderen, waarom bestaan er dan zoveel types en waarom klinken ze allemaal verschillend?
Laten we eerst eens kijken waarom de meeste monitors meer dan één speaker bevatten. Het bereik van het menselijk oor is erg groot. Een full-range studiomonitor moet daarom frequenties van 30 Hz tot boven de 20 kHz kunnen weergeven. Zelfs van kleinere speakers wordt verwacht dat ze tot onder de 50 Hz kunnen gaan, tenslotte is de grondtoon van de laagste noot op de basgitaar ongeveer 42 Hz en als het even kan wil je die bij het mixen wel kunnen horen. In de extreemste gevallen gaan geluiden, zoals b.v. de pedaaltonen van een orgel, tot aan 20 Hz; je voelt ze dan eerder dan je ze hoort. Dit is nog een punt waarop koptelefoons tekort schieten; soms kun je de tonen wel horen, maar je voelt ze niet!
Wisselfilters
Helaas bestaat er geen luidspreker die het hele audiospectrum met zoveel natuurgetrouwheid en op een voldoende hoog geluidsniveau kan weergeven, dat hij als monitor geschikt is. Het geluid moet minstens in twee frequentiegebieden opgesplitst worden, die ieder door een eigen speaker worden weergegeven. voor het lage bereik is er een woofer en voor de hoge frequenties een tweeter. Afhankelijk van het ontwerp is er ergens tussen 1,5 en 3 kHz een wisselpunt tussen de luidsprekers. De overgang is niet abrupt maar verloopt geleidelijk.
|
|
Een passieve wisselfilter heeft het voordeel dat er maar één stereo eindversterker nodig is om een stel tweeweg luidsprekerboxen te sturen, terwijl je bij een actieve filter twee stereo eindversterkers nodig hebt. Actieve wisselfilters zijn nauwkeuriger dan passieve en vaak heb je meer controle over de wissel-karakterestieken. Een nadeel is dat ze duurder zijn.
|
|
Meerweg
Wanner een zeer lage basweergave nodig is, wordt meestal een grotere woofer gebruikt. Echter, hoe groter de speaker is, des te slechter hij de hogere frequenties weergeeft. Daarom treffen we in grote monitorsystemen meestal een aparte mid-range speaker aan. ook hier bestaan er actieve en passieve versies.
Om de basweergave van kleinere monitors te verlagen, wordt vaak een techniek toegepast die porting heet. Gebasseerd op de karakterestieken van de basspeaker, het luchtvolume in de kast en de afmetingen van de poort, kan een ontwerp worden gemaakt, waarbij de laagste frequenties een extra boost krijgen. Dit gebeurt op het punt waar ze normaal verdwijnen.
Zorgvuldige stemming kan tot goede resultatan leiden, maar als je met deze techniek overcomposeert, krijg je last van dreunend laag waarin een smal frequentiegebied overheerst. Dit kan in de huiskamer indrukwekkend klinken, maar is onaanvaardbaar voor serieuze opname doeleinden. Je weet dan namelijk niet hoeveel van het geluid in de opname zit en hoeveel door de monitorspeakers wordt gecreëerd. Het andere probleem met zwaar gestemde kasten is, dat de basweergave, onder de frequentie waarop de poort is afgestemd, snel afneemt. Een monitor zonder poort daareentegen, zal in eerste instantie niet zo indrukwekkend klinken. Door zijn geleidelijk aflopend baseinde zal hij echter in de praktijk vaak beter bruikbaar zijn.
|
|
Luidsprekertypes
Je vraagt je misschien af wat de verschillen zijn tussen een studio monitor en een hoogwaardige hi-fi luidspreker. Hun doel is immers hetzelfde; het op zo'n realistisch mogelijke wijze weergeven van opgenomen muziek. Maar vanwege de hoge geluidsniveaus waarop studio monitors vaak moeten werken, moeten ze veel robuuster worden gebouwd dan huiskamer luidsprekers. Ze staan ook veel meer bloot aan extreem hoge en lage frequenties en dat voor langere periodes. Huiskamer luidsprekers zouden al snel overhit raken en op die manier schade oplopen.
Er heeft zich echter een trend ontwikkeld om een tweede monitorsysteem met hi-fi speakers te gebruiken, zodat je kunt beluisteren hoe een opname over een huiskamer installatie klinkt. Door tussen beide monitorsystemen heen en weer te schakelen, kun je een muzikale mix produceren die het 'goed doet'. met andere woorden: hij moet over een reeks van verschillende stereo-installaties goed klinken. Bij de aanschaf van je tweede monitor set moet je wel uitkijken. Veel hi-fi speakers zijn namelijk speciaal geconstrueerd om indrukwekkend te klinken in de huiskamer en niet om het geluid zo nauwkeurig als maar kan, weer te geven. Dit komt er meestal op neer dat het laag wat extra punch krijgt en het hoog wat meer scherpte. Omdat je hierdoor een verkeerde indruk krijgt van wat er werkelijk op de band staat, kan dit je beslissingen bij het mixen op een nadelige manier beïnvloeden.
Woofers
Woofers zijn meestal conventionele conussprekers. De conus kan van gedoopt papier (=mengsel van papier en andere materialen) of van een plasticsoort gemaakt zijn. Beide materiaalsoorten hebben hun voor- en nadelen, maar 'kenners' geloven dat papieren conussen nauwkeuriger zijn omdat de dempende werking van het gedoopte papier beter is. Synthetische conussen geven vaak een 'botter' geluid omdat ze makkelijk gaan resoneren. Het zou echter verkeerd zijn je keuze van monitors alleen op de gebruikte materialen te baseren. Een luistertest is de enige manier waarop je voor jezelf een goed oordeel kunt vellen.
Mid-Range
Mid-Range speakers kunnen zowel van het conus- als van het dometype zijn. Softdome speakers, gemaakt van gedoopt materiaal, zijn het nauwkeurigst. Daar staat tegenover dat ze niet zo hard kunnen als sommige, minder nauwkeurige alternatieven. De verspreidings-karakterestiek van softdomes is ook erg goed. Dit betekent dat je niet alleen recht voor de speaker een nauwkeurige geluidsweergave hoort, maar ook als je er aan de zijkant van staat.
Tweeters
Tweeters zijn verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen, ieder met hun eigen voor- en nadelen. Net als bij Mid-Range speakers zijn softdome tweeters erg nauwkeurig en hebben ze nauwelijks last van resonantie, maar ze zijn eveneens niet erg hard. Andere ontwerpen maken gebruik van plastic of metalen membranen. Ofschoon ze hierdoor in het algemeen harder kunnen, hebben ze ook, meer dan softdome ontwerpen, last van resonantie. Dit maakt ze minder nauwkeurig en vermoeiender om naar te luisteren.
De efficiëntste tweeters zijn hoorntweeters. Hierbij is een kleine speaker op het uiteinde van een hoornvormige trechter bevestigd. Door het uitwaaieren van de hoorn wordt de speaker veel beter aan de lucht van de ruimte aangepast en hierdoor kan hij voor een hoger geluidsniveau zorgen. Het nadeel is echter dat het geluid, door reflecties binnen-in de hoorn, gekleurd wordt. Dit geeft aan horens een nogal aggressief geluid. Ze worden dus voornamelijk in systemen toegepast waarbij het vooral om volume gaat en niet om de grootst mogelijke nauwkeurigheid.
Tweevoudig Concentrisch
Het door Tannoy ontwikkelde, tweevoudig concentrisch systeem is een tweeweg systeem, waarbij een hoorntweeter precies in het midden van de conus van een mid/basspeaker zit. De hoorn van de tweeter is relatief klein omdat de conus van de mid/basspeaker ook als hoorn functioneert. Het grootste voordeel van een tweevoudig concentrisch systeem is, dat het geluid, ongeacht de afstand van de luisteraar tot de speaker, uit één punt komt. Aan de andere kant hebben deze speakers, doordat het altijd tweeweg-systemen zijn en omdat ze voorzien zijn van hoorntweeters, een gekleurd geluid. Sommige modellen zijn ook minder sterk in het middengebied.
|
|
Fase
Luidsprekers moeten niet alleen een vlakke frequentie-karakterestiek hebben (dat wil zeggen dat alle frequenties even hard zijn), maar moeten ook zo goed als mogelijk de fase van de harmonischen, die samen het geluid vormen, bewaren. Helaas is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Het enige luidspreker-systeem dat hier geen last van heeft, omdat het geluid uit één punt komt, is het tweevoudig concentrisch systeem. Bij andere luidsprekers, die het audiospectrum door twee of drie speakers laten weergeven, komt het geluid uit twee of drie punten in de ruimte.
|
|
In de praktijk betekent dit, dat de speakers in een monitor meestal boven elkaar zijn geplaatst in plaats van naast elkaar. Je hoft er dan alleen maar voor te zorgen dat ze op de goede hoogte hangen. Daarna kun je je vrijelijk door de controleruimte bewegen zonder dat er faseproblemen ontstaan. Je zult door dit verhaal begrijpen, dat geluidstechnici die om praktische redenen hun monitors plat leggen, hiermee hun luisterpositie tot een kleiner gebied beperken.
Er zijn nog andere oorzaken voor faseproblemen, maar die zijn nogal complex. Het is voldoende te weten dat de faserespons één van de factoren is waarom monitors verschillend klinken, terwijl dat volgens hun frequentie-karakterestiek niet het geval zou moeten zijn.
Zijwaartse Frequentie-karakterestiek
Het feit dat luidsprekers een vlakke frequentie-karakterestiek hebben als je er recht voor zit, wil nog niet zeggen dat dat ook zo is als je er een meter links of rechts van zit. Dit komt omdat luidsprekers, het geluid niet in alle richtingen even goed weergeven: de weergave is optimaal gemaakt voor luisteraars die er recht voor zitten. Toch gaat een aanzienlijk deel van het geluid zijwaarts. Als dit niet zo was, zou het geluidsniveau aanzienlijk dalen zodra je je uit de directe vuurlijn zou begeven. Al zou je willen, zijwaarts geluid kan niet eens vermeden worden.
Helaas hebben de zijwaartse geluiden altijd een minder vlakke frequentie-karakterestiek. De hoge tonen zijn meestal geconcentreerd in een betrekkelijk smalle straal, terwijl de laagste bastonen achter de speakerkast net zo goed te horen zijn als ervoor. Het resultaat hiervan is dat zijwaartse geluiden minder helder zijn.
Woofers. mid-range speakers en tweeters hebben allemaal hun eigen 'zij'eigenaardigheden, maar waarom is dit eigenlijk belangrijk? de luisteraar in de controleruimte zit toch recht voor de monitors?! Hiervoor moeten we terug gaan naar 'galm'. In een normale ruimte hoort de luisteraar het directe geluid uit de monitor plus de galm, veroorzaakt door weerkaatsing van geluid tegen de muren en andere oppervlakken. Een groot deel van het geluid dat weerkaatst wordt, is zijwaarts geluid. Omdat dit zijwaartse geluid een andere frequentie-karakterestiek heeft dan het directe geluid, wordt de galm hierdoor gekleurd. Om deze redenen kunnen monitors, al zit je er recht voor en hebben ze dezelfde specificaties, toch anders klinken.
|
|
De meeste kleine studio's maken gebruik van passieve luidsprekers en dus moet er een geschikte stereoversterker worden uitgezocht. Heel lang heeft men gedacht dat wanneer een versterker niet meer vermogen kon leveren dan de speakers aankonden, de speakers niet het gevaar liepen beschadigd te worden. Het tegenovergestelde blijkt echter het geval te zijn.
Vermogen van versterkers
Tegenwoordig is de opvatting, dat speakers die b.v. maximaal 100 watt aankunnen, het beste door een versterker van 150 watt kunnen worden gevoed. Op het eerste gezicht lijkt dat onzinnig, maar de achterliggende redenering is deze: de meest moderne luidsprekers kunnen wel tegen een stootje maar als je ze voor langere tijd overstuurt, wekt de elektrische stroom in de spreekspoel meer warmte op dan kan worden afgevoerd. Hierdoor loopt de temperatuur op totdat de spoel smelt of de lijm, waarmee de spoel aan de spoelkoker is bevestigd, loslaat. Hoe dan ook, in beide gevallen is het resultaat rampzalig en zal de speaker vervangen moeten worden. Je kunt een speaker ook beschadigen door er zoveel vermogen op los te laten dat de spreekspoel tegen de eindpallen aanbotst. Dit klinkt echter zo vreselijk dat ieder normaal denkend mens meteen het volume naar beneden draait. Begrijp je waarom je een versterker met een te groot vermogen nodig hebt?
Bij normale muziek hoeft de tweeter veel minder vermogen te verwerken dan de basspeaker, omdat in natuurlijk voortgebrachte muziek de meeste energie in de laagste frequenties zit. Dit geldt ook voor de meeste elektronisch opgewekte muziek, ofschoon de laatste tijd het accent steeds meer naar de hogere frequenties wordt verlegd.
|
|
Pieken
Muziek heeft ook dynamiek (=volumeverschillen). Pieken, zoals drumslagen zijn veel harder dan het gemiddelde geluidsniveau, maar zijn niet constant aanwezig. Zolang je de versterker maar niet zo ver openzet dat de spoelen van de speakers bij zulke harde slagen tegen de eindpallen aanknallen, is beschadiging onwaarschijnlijk. Dit komt omdat deze korte energie-explosies te weinig voorkomen om de spreekspoel te kunnen overhitten. Maar wat gebeurt er wanneer je hetzelfde probeert met een versterker die te weinig vermogen heeft? Door de harde tonen gaat de versterker ditmaal clippen (dit is het afbreken van signaalpieken ten gevolge van oversturing;vervormen dus) en harde tonen zijn meestal bastonen. Normaal gesproken bereiken deze nooit de tweeter, omdat ze er door de wisselfilter uitgefilterd worden. Maar nadat ze geclipt zijn, bevat hun nieuwe, vierkantere golfvorm een grote hoeveelheid hoogfrequente energie, die via de wisselfilter rechtstreeks de tweeter ingaat. Het resultaat is een enorme overbelasting, waardoor de spreekspoel overhit raakt en binnen de kortste keren doorbrandt.
bescherming
Bij actieve systemen is de situatie wat beter omdat het clippen na de wisselfilter plaatsvindt. Hierdoor worden geclipte lage frequenties niet naar de tweeter doorgestuurd. Een aantal fabrikanten heeft een tweeter bescherming ingebouwd. Dit heeft de vorm van een lampje met een laag voltage, dat in serie staat geschakeld met de tweeter. Het is gebasseerd op het feit dat de gloeidraad van het lampje, wanneer het koud is, een lage elektrische weerstand heeft. Wanneer het echter heter wordt, doordat de stroomsterkte toeneemt en hierdoor de weerstand groter wordt, zal de elektrische energie door het lampje worden verbruikt en niet door de tweeter.
Actieve en passieve systemen kunnen ook tegen clippen worden beschermd, door elektronische limiters voor de eindversterkers te zetten.
|
|
Er bestaan verschillende soorten specialistisch speakersnoer, die onnoemelijk duur zijn. De meeste gaan echter te ver in hun verfijning. Onderzoek heeft uitgewezen, dat verschillen in weerstand en elektrische capaciteit bij speakerdraad, slechts voor subtiele nuances in het geluid zorgen. Voorbij een bepaalde grens zijn deze klankverschillen zo klein, dat ze als onbelangrijk beschouwd moeten worden. Voor versterkers tot 150 watt per kanaal of daaromtrent kun je zonder problemen doodgewoon elektriciteitssnoer gebruiken. Ook goed (of zelfs iets beter) is elektriciteitssnoer dat wordt gebruikt voor elektrische grasmachines en dergelijke.
Hou de snoeren zo kort mogelijk en probeer ze even lang te houden. Let ook op de uiteinden van de draden, zowel aan de luidspreker- als aan de versterkerkant, zodat je er zeker van bent dat de aansluiting optimaal is.
|
|
|
|
Zoals je in het voorgaande hebt kunnen lezen, wordt het geluid van een monitorsysteem dus niet alleen bepaald door de monitor-speakers zelf, maar ook door de soort ruimte waarin ze worden gebruikt. Daarover gaan we het in het nu volgende hebben.
Wanneer je in een kleine ruimte werkt, zoals een zolder- of logeerkamer, heeft het eigenlijk geen zin om full-range luidsprekers te gebruiken. De golflengte van de laagste tonen, die zulke speakers kunnen voortbrengen, is voor een dergelijke ruimte te lang.. Dit leidt tot een rommelig en misleidend laag en tot een hoop ongewenst basgedreun door het hele huis. Het is veel beter luidsprekers met een meer bescheiden basweergave te gebruiken, tot 60 Hz of zo. Dit is zelfs beter in een grotere ruimte, omdat een krachtig laag belangrijke middentonen kan maskeren.
een andere regel die altijd opgaat is, dat je in een ruimte waarvan de akoestiek niet is behandeld, je het beste een stel kleine monitors kunt gebruiken die dicht bij je staan opgesteld. Dat is beter dan grote luidsprekers die aan de andere kant van de ruimte staan. Dit komt omdat zogenaamd near-field monitoring voor een beter verhouding van direct en weerkaatst geluid zorgt. Hierdoor heeft de klank van de ruimte minder invloed op wat je hoort.
|
|
Opstelling
De ideale monitoropstelling is: beide luidsprekers op twee punten van een gelijkzijdige driehoek, met de luisteraar op het derde punt. De speakers moeten enigermate naar elkaar toegedraaid zijn, zodat de tweeters direct op de luisterpositie zijn gericht. dit geldt ook voor de verticale richting: de hoogte en de hoek moeten zo zijn, dat de tweeters rechtstreeks de oren van de luisteraar treffen (zie afbeelding).
 Als het even kan moeten de luidsprekers langs de langste kant van de ruimte worden opgesteld. Tenzij ze speciaal ontworpen zijn om met beugels aan de muur te worden gehangen, moeten ze, een paar centimeter van de muur af, op stevige, niet resonerende statieven bevestigd worden. Metalen speakerstatieven zijn ideaal voor kleine en middelgrote monitors, ofschoon je ze ook op een, met zand gevulde, spaanplaten kist kunt neerzetten. Omdat spaanplaat geluid reflecteert, kun je dergelijke kisten het beste met schuimrubber of ander absorberend materiaal bekleden. Je zou de speakers ook op een klont Blu-tak kunnen neerzetten, omdat je op die manier een gedeelte van de trillingen van de speakerkast kunt dempen. Wanneer je grote monitors gebruikt met een laag basgebruik, is het belangrijk er voor te zorgen dat de trillingen van de speakerkast niet andere delen van de ruimte aan het trillen brengen. Geluid plant zich immers sneller voort door vaste stof dan door lucht. Hierdoor zou het kunnen gebeuren dat geluid van trillende objecten de luisteraar eerder bereikt dan het directe geluid uit de luidsprekers. Dit kan het stereobeeld grondig in de war sturen. Een manier om dit tegen te gaan, is het dempen van de speakers door ze op een aantal lagen neopreen te zetten.
|
|
Hoeken
Het is erg verleidelijk speakers in hoeken te bevestigen omdat ze dan niet in de weg hangen of staan. In de praktijk is dit echter niet zo'n goed idee. De reden is, dat bij heel lage frequenties het geluid zich uit de monitor in alle richtingen verspreidt. Er komt dus net zoveel bas uit de achterkant en de zijkanten van de speakerkast als uit de voorkant. Wanneer de ruimte massieve muren heeft, zullen deze lage frequenties weerkaatst worden en zich bij het directe geluid voegen. Maar omdat ze vertraagd zijn door de tijd die er nodig is om de muur te bereiken en terug te kaatsen, zullen sommige frequenties uit fase zijn met het directe geluid.
Bij een enkele muur zorgt het weerkaatste laag voor een kleine versterking van de bas, maar dat is verder niets ernstigs. Het is zelfs zo dat veel luidsprekers er van afhankelijk zijn. Wanneer je nu een luidspreker in een hoek plaatst, heb je te maken met twee muren. Hierdoor krijg je twee groepen weerkaatsingen, beide met elkaar in fase, die nog meer het directe geluid beïnvloeden. Dit zorgt voor kleine pieken en dalen in de baskarakterestiek. Welke frequenties versterkt of verzwakt worden, hangt af van de nabijheid van de muren. Als we nu nog een stapje verder gaan en de speakers in een hoek zetten op een hoogte die even groot is als de afstand tot de muren, hebben we de slechtst denkbare omstandigheden. De pieken en dalen in de basrespons kunnen hier volkomen misleidend zijn.
De conclusie die we uit het bovenstaande kunnen trekken is, dat wanneer monitors dicht bij een hoek moeten worden opgesteld, hun afstanden tot de achtermuur, de zijmuur en de vloer zo verschillend mogelijk moeten zijn. Op deze manier zijn de weerkaatste geluiden niet met elkaar in fase en zullen dus voor minder afwijkingen in de baskarakterestiek van de luidspreker zorgen. Wanneer een monitor echt alleen maar in een joek geplaatst kan worden, moet je er in ieder geval voor zorgen dat de afstand tot de vloer radicaal anders is dan de afstand tot de muren. Kies in zo'n geval een monitor met een bescheiden basweergave. Een kleine verbetering kan soms gerealiseerd worden door steenwol achter de monitors aan te brengen.
|
|
Monitor klankregeling
Veel geluidstechnici vonden het essentieel in een monitorsysteem over een grafische equalizer te kunnen beschikken. Je zou dan alle onregelmatigheden in de frequentie-karakterestiek, veroorzaakt door de akoestiek van de ruimte, kunnen wegpoetsen. Men dacht dit te kunnen bereiken door de monitors met een breedband ruisbron te voeden en vervolgens het geluid dat uit de speakers kwam, met een microfoon te registreren. Deze microfoon moest op de luisterpositie staan en beschikken over een zeer vlakke frequentie-karakterestiek. Een multi-band signal analyser zou met de microfoon verbonden worden en de equalizer zou net zo lang worden bijgeregeld tot dat de analyser een vlakke karakterestiek aangaf. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn, vind je niet? EN DAT IS HET OOK!
De piekjes en dalletjes in de karakterestiek van een ruimte worden veroorzaakt door het feit dat - hoofdzakelijk ten gevolge van de spreiding van de staande golven - de ruimte op verschillende frequenties andere galmtijden heeft. Door het signaal dat naar de monitorspeakers gaat, met een equalizer bij te regelen, kunnen we een microfoon misschien nog wel voor de gek houden, een equalizer beïnvloedt echter de frequentie-karakterestiek en niet de galmtijd. Met andere woorden: we proberen een op tijd gebasseerd probleem te verhelpen met een op frequentie gebasseerde oplossing (de equalizer).
Omdat muziek een continu variërend signaal is, werkt deze oplossing helaas niet. Bovendien werkt de psycho-akoestiek ook nog zo, dat het menselijk oor meer aandacht besteedt aan het directe geluid uit de monitors en minder aan de galm. Wanneer we de klank van een goed monitorsysteem niet met een equalizer bijregelen, horen we een goed geluid in een slechte ruimte. Als we vervolgens wel een equalizer gebruiken horen we nog steeds de slechte ruimte; maar ditmaal horen we ook een slecht geluid uit de monitors en dit is natuurlijk niet wat je wilt.
Je kunt een ruimte opvatten als een mechanische equalizer. Als je daarvan de klank wilt veranderen, dan moet je dat met mechanische middelen doen ( zie akoestiek). Bijvoorbeeld met bass traps. Je kunt monitors wel een klein beetje met een equalizer bijregelen om het geluid voor jezelf wat aangenamer te maken. Het is echter een grote fout om te denken dat je met een equalizer de tekortkomingen van een ruimte kunt corrigeren. Als je dat doet, dan krijg je alleen maar een nog groter verschil tussen wat je denkt dat de tape opgaat en wat er werkelijk opkomt.
|
|
|
|